Werkwijze verzekeraars: premieopbouw


Een correcte premieopbouw bepaalt voor een belangrijk deel de winstgevendheid en werkwijze van verzekeraars.

De premie bestaat uit een of meerdere van de volgende componenten:

  • Netto premie;
  • Reservering;
  • Winstopslag;
  • Bedrijfskosten;
  • Provisie (alleen bij niet-complexe producten);
  • Polis- en incassokosten;
  • Assurantiebelasting.

Voor het berekenen van de netto premie maakt de verzekeraar gebruik van beschikbare statistische gegevens. De berekeningen bevatten echter altijd aannames, waardoor onzeker is of de berekende premie correct is. Dit is het risico dat de verzekeraar loopt: het maken van winst of verlies op de aannames. Door deze wijze van berekenen zal de verzekeraar voorzichtig zijn in zijn aannames en een opslag toevoegen voor het opbouwen van een reserve.

Als de verzekeraar in een jaar meer netto premie ontvangt dan hij aan schade moet uitkeren, zal hij deze premie reserveren om mogelijke verliezen in de toekomst op te kunnen vangen. De verzekeraar wil uiteraard ook winst maken op de verzekeringen. Daarom zal de verzekeraar de premie verhogen met een winstopslag.

Naast de eerder genoemde opslagen bouwt de verzekeraar ook een opslag in voor zijn bedrijfskosten. De bedrijfskosten omvatten onder meer huisvestingskosten, personeelskosten en marketingkosten. Afhankelijk van het product en de wijze van distributie kan er ook sprake zijn van provisie voor de adviseur van de klant.

De polis- en incassokosten zijn eigenlijk onderdeel van de bedrijfskosten, maar zijn zo specifiek te bepalen dat de verzekeraar er een aparte opslag voor berekent. De poliskosten zijn de (eerste) kosten van de verzekeraar voor de opmaak van de polis en een opslag voor toekomstige aanpassingen. De incassokosten zijn de kosten die de verzekeraar maakt om de premie te incasseren. De verzekeraar moet bij sommige verzekeringen de premie verhogen met assurantiebelasting.

De volgende verzekeringen zijn vrijgesteld van assurantiebelasting: