Wettelijk erfrecht


Het wettelijk erfrecht is vastgelegd in Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek. Daar staat wie gerechtigd is de nalatenschap van iemand die is overleden. Als blijkt dat een erflater (de overledene) geen erfgenamen heeft, vervalt de nalatenschap (volgens artikel 4.189 van het Burgerlijk Wetboek) aan de Staat.

Groepen in het wettelijk erfrecht

Iemand is wettelijk erfgenaam door een familierelatie met de overledene. Het Burgerlijk wetboek geeft aan welke groepen erfgenamen kunnen erven. Deze zogenoemde erfgenamen bij versterf worden ingedeeld in vier groepen:

Personen in de tweede groep komen pas in aanmerking voor de erfenis als er, ook na plaatsvervulling, geen personen in de eerste groep zijn. Zijn er geen personen in de tweede groep, dan wordt gekeken of er personen in de derde groep zijn, etc.

De hoofdregel is dat ieder binnen een groep een gelijk deel erft (artikel 4.11 van het Burgerlijk Wetboek). Alleen bij plaatsvervulling (artikel 4.12 van het Burgerlijk Wetboek) door meer dan 1 kind zullen deze personen een erfdeel naar verhouding ontvangen. Van plaatsvervulling (tot in de zesde graad van de erflater) is ook sprake als iemand:

Als iemand een nalatenschap verwerpt omdat de waarde negatief is, zullen zijn kinderen in zijn plaats treden. Deze kinderen zullen, om de schulden van de nalatenschap te vermijden, ook de nalatenschap moeten verwerpen.

De erflater kan afwijken van het wettelijk erfrecht door in een wilsbeschikking (een testament, en in beperkte mate een codicil) vast te leggen hoe de nalatenschap verdeeld moet worden

Relevante artikelen

  • Muis over: Toont verwante wiki's.
  • Dubbelklik: Ga naar de wiki.
  • Blauw: Beschikbaar na inloggen.
  • Groen: Maakt deel uit van jouw abonnement of een cursus die jij volgt.
  • Rood: Maakt geen deel uit van jouw abonnement of een cursus die jij volgt.