Wettelijk erfrecht groep 1: echtgenoot en kinderen


Het Burgerlijk wetboek geeft aan welke groepen erfgenamen kunnen erven. In groep 1 vallen de echtgenoot en kinderen.

Echtgenoten ontvangen altijd een even groot deel van de nalatenschap als de kinderen. Daarbij maakt het niet uit of de echtgenoten in gemeenschap van goederen of op huwelijkse voorwaarden zijn gehuwd. Voor de bepaling van de omvang van de nalatenschap is dit wel van belang:
• bij een huwelijk in gemeenschap van goederen bestaat de nalatenschap uit de helft van het vermogen;
• bij een huwelijk op huwelijkse voorwaarden wordt de hoogte van de nalatenschap bepaald door de huwelijkse voorwaarden.

Volgens de wettelijke verdeling krijgt de langstlevende echtgenoot op basis van artikel 4.13 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek alle goederen van de nalatenschap. Omdat de kinderen recht hebben op een even groot deel van de nalatenschap als de langstlevende ouder krijgen zij een vordering op de ouder (artikel 4:13 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek) ter grootte van het erfdeel. De vordering is niet opeisbaar, en de langstlevende ouder kan vrij beschikken over de goederen. De vordering is opeisbaar op het moment dat:

  • de langstlevende ouder komt te overlijden;
  • de langstlevende ouder in staat van faillissement is verklaard;
  • de langstlevende ouder is betrokken in een schuldsaneringsregeling voor natuurlijke personen.

Echtgenoot en kinderen is de eerste van de vier groepen van het wettelijk erfrecht.

Relevante artikelen

  • Muis over: Toont verwante wiki's.
  • Dubbelklik: Ga naar de wiki.
  • Blauw: Beschikbaar na inloggen.
  • Groen: Maakt deel uit van jouw abonnement of een cursus die jij volgt.
  • Rood: Maakt geen deel uit van jouw abonnement of een cursus die jij volgt.