WGA-vervolguitkering


De vervolguitkering is één van de uitkeringen vanuit de WGA. Het is een uitkering waarop een werknemer recht kan hebben na afloop van de loongerelateerde uitkering. Een werknemer heeft volgens de artikelen 60 tot en met 62 van de WIA recht op een vervolguitkering als hij:

  • gedeeltelijk arbeidsongeschikt is en minder verdient dan 50% van het bedrag dat hij volgens de arbeidsdeskundige van UWV nog kan verdienen (de zogenaamde restverdiencapaciteit), of
  • niet voldoet aan de zogenaamde wekeneis.

De vervolguitkering is een percentage van het geldende minimumloon. De hoogte van het percentage is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid. Wanneer het oude loon lager lag dan het minimumloon, wordt het uitkeringspercentage gekoppeld aan dit lagere loon. De hoogte van de WGA-vervolguitkering is volgens artikel 62 van de WIA als volgt:

Bij een mate van a.o. van: behoort een uitkeringspercentage van:
35 tot 45% 28%
45 tot 55% 35%
55 tot 65% 42%
65 tot 80% 50,75%
80 tot 100% 70%
  van het minimumloon

Bij de hoogte van de vervolguitkering wordt geen rekening gehouden met wat iemand vroeger verdiende. Hierdoor kan het verschil in inkomen aanzienlijk zijn. Dit verschil wordt meestal het WIA-hiaat of het WGA hiaat genoemd.

Verder geldt het volgende:

  • Als iemand gedeeltelijk arbeidsongeschikt blijft, kan hij de vervolguitkering blijven ontvangen totdat hij de AOW-leeftijd bereikt;
  • Als iemand meer dan 50% gaat verdienen van de restverdiencapaciteit, dan komt hij in aanmerking voor een loonaanvullingsuitkering;
  • Als iemand een baan vindt waarmee hij 65% of meer van zijn oude loon verdient, eindigt de uitkering.

Relevante artikelen

  • Muis over: Toont verwante wiki's.
  • Dubbelklik: Ga naar de wiki.
  • Blauw: Beschikbaar na inloggen.
  • Groen: Maakt deel uit van jouw abonnement of een cursus die jij volgt.
  • Rood: Maakt geen deel uit van jouw abonnement of een cursus die jij volgt.