WW-uitkering vanaf 2016


De Wet Werk en Zekerheid brengt wijzigingen aan in de WW-uitkering vanaf 2016:

  • de maximale uitkeringsduur loopt vanaf 2016 geleidelijk aan terug. Dit gebeurt met één maand per kwartaal. Vanaf 2019 is de maximale duur van de WW-uitkering twee jaar.
  • als wettelijke opbouw geldt dat elk jaar arbeidsverleden voor 2016 recht geeft op één maand WW. Dat geldt voor de eerste tien jaar arbeidsverleden. Voor arbeidsverleden na het tiende jaar geldt dat die jaren recht geven op een halve maand WW, waarbij het minimum van drie maanden WW blijft gehandhaafd.
  • wat in de WW onder passende arbeid wordt verstaan, wordt aangescherpt en vanaf de eerste WW-dag is er sprake van inkomstenverrekening. Inkomstenverrekening wil zeggen dat nieuwe inkomsten in mindering worden gebracht op de WW-uitkering. Op dit moment geldt er een inkomstenverrekening voor een bepaalde groep werklozen die al langer dan 1 jaar werkloos is. Vanaf 2016 geldt dit altijd vanaf de eerste dag dat iemand WW ontvangt. 

Passende arbeid

Een andere maatregel die is ingevoerd per 1 juli 2015 om ervoor te zorgen dat mensen korter werkloos zijn, is dat al na zes maanden WW-uitkering alle arbeid als passend wordt aangemerkt. Volgens de toelichting op de wet zou dit de activerende werking van de WW versterken. De eerste zes maanden mag nog werk worden gezocht dat aansluit bij de vorige baan en dus bij de eigen vaardigheden en kwalificaties. Na zes maanden moet een werknemer echter alle arbeid accepteren, dus ook dat van een lager opleidingsniveau en dat met een lager salaris.

Inkomensverrekening

Op 1 juli 2015 gaat ook de inkomensverrekening in de WW in. Dat betekent dat de ww-gerechtigde van elke verdiende bruto euro altijd 30% zelf mag houden. Hierdoor loont het altijd om vanuit de WW aan het werk te gaan. Om financiële benadeling  van de werknemer te voorkomen bij het aanvaarden van werk tegen een lager loon, wordt inkomensverrekening ingevoerd in de WW. Dat houdt in dat vanaf de eerste werkloosheidsdag inkomensverrekening wordt toegepast in plaats van urenverrekening. Dit betekent dat in de eerste twee maanden 75% en daarna 70% van de inkomsten uit arbeid in mindering wordt gebracht op de WW-uitkering en dat de werknemer de resterende 25% respectievelijk 30% zelf behoudt.

De uitkering eindigt indien de werknemer een inkomen geniet uit arbeid ter grootte van 87,5 % van het maandloon. Op deze manier wordt een groot deel van het verdiende inkomen verrekend met de WW-uitkering en het overige deel van het verdiende inkomen mag de werknemer behouden en geldt als aanvulling op zijn WW-uitkering. Dit leidt ertoe dat werkhervatting vanuit de WW altijd loont.

Overigens bestond deze regeling al voor werklozen die langer dan twaalf maanden werkloos waren. De inkomensverrekening geldt niet voor mensen die al voor 1 juli 2015 een WW-uitkering hebben gekregen.

 

Relevante artikelen

  • Muis over: Toont verwante wiki's.
  • Dubbelklik: Ga naar de wiki.
  • Blauw: Beschikbaar na inloggen.
  • Groen: Maakt deel uit van jouw abonnement of een cursus die jij volgt.
  • Rood: Maakt geen deel uit van jouw abonnement of een cursus die jij volgt.